Sinds kort staat er een schattig potje eigen gemaakte Kimchi in de koelkast te shinen. (Honestly zit er op dit moment nog maar een bodempje in, wat iets zegt over de lekkerheid, maar zo heel cute ziet het er eigenlijk niet meer uit …)
Kimchi kende ik wel, maar laatst volgde ik een workshop waarin ik het zelf leerde maken. Superleuk!
Het al kletsend met elkaar hakken, proeven, snijden, mengen, proeven en nog meer proeven (het is best bijzonder dat we toch nog met volle potjes naar huis gingen) bedacht ik me weer hoe wonderlijk fermentatie eigenlijk is.
Het is toch bijzonder dat een paar groenten, wat kruiden, zout en een beetje geduld uiteindelijk iets opleveren dat er gezellig uitziet en waar je darmen óók nog blij van worden?
Hoe zit dat nou eigenlijk?
Kimchi is een traditioneel Koreaans gerecht dat meestal gemaakt wordt van Chinese kool, radijs, knoflook, gember en rode peper, maar je kunt het zo gek maken als je wilt.
Ik had een paksoi versie met appel, wortel, gember en radijs.
Na het hakken, snijden en mengen doet de tijd z’n werk. De groenten krijgen een kleine make-over. Ze zien er misschien niet totaal anders uit, maar van binnen is er van alles gebeurd.
Tijdens de fermentatie zetten melkzuurbacteriën (uit de lucht, van de groenten en een beetje van je gewassen handen) de natuurlijke suikers uit de groenten om in melkzuur.
In je darmen leven miljarden bacteriën families die samen je darmmicrobioom vormen. Deze kleine vriendjes ondersteunen je spijsvertering, voeden de darmwand, houden ongewenste bacteriën op afstand en spelen een belangrijke rol in je immuunsysteem.
Kimchi bevat dus van nature probiotica (goede bacteriën) én vezels. Die vezels zijn weer voeding voor de goede bacteriën die al in je darmen wonen. Eigenlijk geef je de buurt dus een club nieuwe vrienden én een goed gevuld noodpakket.
Als je zelf maken een stap te ver vindt en kimchi eerst wil kopen om het eens te proberen, kan dat natuurlijk ook.
Kies dan voor een verse, ongepasteuriseerde variant. ( als je het kant-en-klaar koopt en het staat niet in het koelvak is de kans groot dat het eerst verwarmd is waardoor die lieve bacteriën het loodje gelegd hebben)
En er wordt nog steeds van alles ontdekt.
Zo las ik onlangs een interessant onderzoek waarin een specifieke bacterie uit kimchi zich mogelijk kon binden aan nanoplastics in de darm. In dieronderzoek werden deze deeltjes daardoor vervolgens sneller uitgescheiden. Of dat bij mensen ook zo werkt, weten we nog niet, maar ik vind het wel fascinerend hoeveel we nog ontdekken over zo’n simpel potje gefermenteerde groenten.
Nou is kimchi natuurlijk geen wondermiddel. Net als bij bijna alles geldt ook hier: de basis blijft een gevarieerd voedingspatroon met voldoende groenten, fruit, , gezonde vetten, eiwitten, rust en beweging.
Maar een schepje kimchi af en toe? Daar worden mijn smaakpapillen in ieder geval heel blij van… en je darmflora dus ook.
Sinds de workshop staat er hier dus weer standaard een paar dagen een potje in de koelkast. Heerlijk bij een rijstgerecht, op een broodje, door een salade of gewoon als pittig bijgerecht.
En zeg nou zelf… gezond eten wordt een stuk leuker als het óók gewoon heel lekker is!

